Geschiedenis

curacao-map

Curacao werd in eerste instantie bewoond door de Caiquetio indianen en later ook Arawak indianen. In 1400 volgden de Carib indianen, waar het Caribisch gebied zijn naam aan heeft te danken. Over deze indianen gaan verhalen dat het kannibalen zouden zijn. Ongeveer een eeuw na de komst van de Carib indianen zetten de Spanjaarden voet aan wal op het eiland. In de tijd dat Curaçao door de Spanjaarden werd bezet, noemden ze het ‘isla inútil’, onbruikbaar eiland. Het eiland bracht hen niets op. Niet lang na de Nederlandse verovering van Curaçao op de Spanjaarden (1634), ontwikkelde het eiland zich tot een centrum van de handel in het Atlantisch gebied. Vanaf 1665 kwam de West Indische Compagnie (WIC) en wilde Curaçao als uitvalsbasis gebruiken voor de lange tocht naar Kaap de Goede Hoop. Vanaf 1665 bracht de WIC de eerste slaven vanuit West Afrika naar Curaçao om ze van daaruit verder te verschepen. Slechts een handjevol bleef op Curaçao achter om daar op de plantages te werken. In het kielzog van de slavenhandel ontstond een bloeiende handel in andere producten. Nederlandse handelaren boden in Willemstad handelswaar aan vanuit Europa en zelfs vanuit Azië. Voorbeelden hiervan zijn katoen, wol, zijde, kant, ijzer, brandewijn en kruiden.

Tot in het begin van de twintigste eeuw leefde Curaçao van handel, landbouw en visserij. Dat veranderde in 1914 toen grote aardoliereserves in Venezuela werden ontdekt. Shell vestigde meteen een olieraffinaderij op het eiland. Tijdens de Tweede Wereldoorlog speelde het eiland een belangrijke rol bij de levering van brandstof voor de geallieerde troepen.

In 1954 verkreeg Curaçao samen met de andere Nederlandse Antillen politieke autonomie. In de jaren veertig en vijftig bracht de raffinaderij welvaart en modernisering voor het eiland, maar de welvaart was ongelijk verdeeld. 

De ontstane Curaçaose arbeidersklasse werd steeds ontevredener over de loonpraktijken van de Koninklijke Shell. Ook was de deelname van de Afro-Curaçaose bevolking aan het politiek proces nog beperkt. Op 30 mei 1969 brak een arbeidersopstand uit bij de ingangspoort van de Shell raffinaderij. Tijdens de opmars naar de binnenstad werd onder andere de vakbondsleider Wilson Godett neergeschoten en staken woedende arbeiders panden in Punda en Otrobanda in brand. Nadat de lokale regering Nederlandse mariniers hadden laten overvliegen om de orde te herstellen, werd er flink gewerkt om de overheid te 'Antillianiseren'. Deze gebeurtenis gaat de boeken in als Trinta di mei.In de jaren tachtig verliet Shell Curaçao. De olieraffinaderij werd van toen af aan door het eilandgebied verhuurd aan de Venezolaanse staatsoliemaatschappij, de PDVSA.

Op 10 oktober 2010 is Curaçao onafhankelijk geworden en geldt het als land binnen het Koninkrijk der Nederlanden.